Toespraak 15-jarig

Toespraak van de Afgevaardigd-Bestuurder van Mémoires du Congo ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van de vereniging, op 10 oktober 2017.  

Geachte heer Minister, Excellenties, Dames en Heren in uw titels en kwaliteiten, wij vieren vandaag het vijftienjarig bestaan van onze vereniging “Mémoires du Congo”.

Paul VannèsIk ben erg verheugd door het groot aantal aanwezigen onder wie niet de minsten, om deze verjaardag bij te wonen. De stichters van onze vereniging waren Patrick Fraeys de Veubeke, eerste voorzitter, Georges Lambert, eerste afgevaardigd bestuurder, en anderen. Ik begroet er hier twee van hen, baron Pierre Snoy en Meester Guy Lambrette. Dank u Heren voor uw aanwezigheid.

Dit vijftiental oud-kolonialen, gekwetst door de tirannie van de politieke correctheid die eruit bestaat de geschiedenis te herschrijven zonder rekening te houden met de feiten, hebben beslist weerstand te bieden. Niet door het bekvechten bij iedere in de krant verschenen onwaarheid, maar wel door het opvangen van de verhalen van getuigen die in Congo en in Ruanda-Urundi geleefd en gewerkt hebben voor en na 1960.

Ik dank in het bijzonder de Heer Guido Gryseels, directeur van het Koninklijk Museum voor Midden Afrika (hier aanwezig).

Hij heeft van in het begin onze groep toegelaten om haar vergaderingen te houden in de gebouwen van het museum en dit, gratis.

Vroegtijdig beseften wij dat wij de door de lasteraars van de Belgische kolonisering en de tegenstanders van Koning Leopold II en zijn oeuvre, rondvertelde onwaarheden niet konden wijzigen. De ondernomen taak is van lange duur en wij hopen de historici ons inzicht te kunnen door geven. Andere informatie dus dan de werken van Mark Twain, Joseph Conrad, Edmund Morel, Roger Casement, waar Adam Hochschild of Peter Bate uit putten om het oeuvre van de Belgen in Congo te bekladden.

Ja, er werd wel eens buitensporig opgetreden gedurende de korte periode waarin wij aanwezig waren in Centraal Afrika, dat geven wij toe. Maar van een onontgonnen gebied hebben wij in 75 jaar tijd een land gemaakt waar het netto-inkomen per inwoner in 1960 het hoogste van Afrika was, en dit met de hulp van alle Congolezen. Zonder hun medewerking hadden wij nooit de door u gekende resultaten bereikt.

Is het nodig te herinneren aan het onderwijs en de kosteloze gezondheidszorg voor alle Congolezen, en aan de ontginning van de natuurlijke rijkdom van Congo? Hoeveel bedrijven werden er niet opgericht om de uitbating mogelijk te maken van goud- koper- diamant- en andere mijnen? Hoeveel landbouwondernemingen werden er niet gesticht om heel de bevolking te voeden? De boom der wandaden mag het bos van de weldaden niet verbergen!

Journalist Jean Sépulchre van de Elisabethstadse krant “L’Essor du Congo” schreef in 1958 onder zijn “Propos sur le Congo politique de demain” : ik citeer en vertaal: “ Dankzij hun wetenschap, hun zin voor initiatief en methode, hun hardnekkig werk alsook hun grenzeloze toewijding aan een groot menslievend doel, hebben de Belgische kolonialen hun Afrikaanse gebieden bevorderd op vlak van kerstening, gezondheidszorg, onderwijs en economische infrastructuur”

Reeds vanaf de oorlog 40-45 ontstond er bezorgdheid bij de kolonialen over de politieke toekomst van Congo. Zo vertaalde Jean Sépulchre deze gedachte toen hij in 1958 schreef “De bevoegde instanties in België hebben hun onbekwaamheid getoond in verband met het scheppen van al was het maar een ruwe schets van wat hun politiek statuut zou kunnen worden in het concert der Afrikaanse naties die dag na dag een duidelijkere gedaante krijgen. Het heeft weinig zin de lastige benaming Belgische kolonie te willen vervangen door die van overzees België zolang de zwarte en blanke bevolking niet zelf haar eigen belangen zal beheren en wijselijk de toekomst zal opbouwen van dit groot, ontwakende land”.

In tegenstelling met de geest van het koloniaal handvest van 18 oktober 1908, dat vorm geeft aan het overnemen van Congo door België, heeft de rampspoedige concentratie van alle besturingshefbomen in handen van de te Brussel gevestigde niet-betrokken volksvertegenwoordigers getoond de meest rampzalige misvatting te zijn geweest die geleid heeft tot een onvoorbereide onafhankelijkheid. Dit zal de ramp van 1960 veroorzaken en gevolgd worden door de verdere en huidige moeilijkheden.

Hierbij zou ik ook graag hulde willen brengen aan Leopold II, deze van in het begin in opspraak gebrachte koning na de toewijzing aan hem, door de leden van de Conferentie van Berlijn in 1885, van dit heel groot gebied in Centraal Afrika. Laten wij eraan herinneren dat hij de vorst werd van Congo door middel van diplomatie, door verdragen te laten ondertekenen met de plaatselijke opperhoofden en deze verdragen te laten goedkeuren door de 14 toenmalige koloniale mogendheden. Hij heeft Congo niet gekocht (trouwens bedenk maar van wie hij dit land had kunnen kopen?) en ook niet veroverd door middel van een Belgische militaire ingreep. Hij bevestigde het gezag van de plaatselijke opperhoofden en erkende het plaatselijke recht, voor zover dit niet in strijd was met “de openbare orde en de goede zeden” zoals men toen zegde. Het hele koloniaal beleid steunt op dit postulaat. Leopold II voorzag Congo van een beheer en een rechterlijk stelsel ten voordele van de inlanders. Talrijke wetteksten werden uitgevaardigd met deze bedoeling. Hij verloste Congo van de slavernij. Hij startte de beginselen van de sleutel-processen die het land rijk zouden maken. Hij bestreed de inheemse ziekten en voorzag Congo van een medisch stelsel enig ter wereld. Hij liet de kennis en knowhow der Belgen overdragen naar de Congolezen met de bedoeling het land te ontwikkelen.

Voor wat betreft de verschillende aanmerkingen, beschuldigingen van misbruik, van schendingen en zelfs van volkerenmoord, heeft Leopold II als een verlichte vorst gereageerd door de bewezen feiten te erkennen en in het Ambtelijk Blad van de Onafhankelijke Staat Congo het verslag van de Onderzoekscommissie te laten verschijnen. Bovendien vaardigde hij een jaar later een aantal schikkingen uit om deze wandaden te beletten en om de bescherming van de Congolezen tegen de misdadigheid van mensen zonder geweten te versterken. Tal van historici, deze naam waardig, hebben deze historische werkelijkheid duidelijk gestaafd.

Nogmaals, het gaat er niet om het negeren van bewezen gewelddadigheid en misbruiken gepleegd door sommige verantwoordelijken benoemd door de Koning.

Vergeleken met wat er in andere koloniën gebeurde en zonder rekening te houden met de toenmalige context, mag men veronderstellen dat de tegen de actie van Leopold II in Congo gerichte aanvallen kunnen worden gezien als partijdig en politiek geëngageerd. Het is het werk van de historicus niet waard. Is het beste bewijs niet dat men systematisch vergeet het te hebben over de opvallende vooruitgang of dat men deze verdoezelt? Ik wil hier in het openbaar de heer André-Bernard Ergo bedanken voor zijn voortreffelijk werk en publicaties over dit onderwerp.

Leopold II wil dit graag kenbaar maken aan de Belgen en laat vanaf 1897 het bouwen van het Koninklijk Museum voor Midden Afrika beginnen, hier in Tervuren. Dit prachtig museum dat bezocht wordt zowel door alle scholen van het land als door talrijke vreemdelingen. Dit museum is een Belgisch uitstalraam voor heel de wereld, een uitstalraam dat onze knowhow moet tonen door de aanwezigheid al meer dan honderd jaar, van onderzoekers en wetenschappers van wie de werken de belangstelling van talrijke buitenlandse verenigingen wekt. Het is inderdaad makkelijker en goedkoper om hier geodetische kaarten te komen raadplegen dan heden ter plaatse opnemingen te gaan uitvoeren!

Erik Orsenna, in zijn laatste boek over Jean de La Fontaine verwijst naar een miskende fabel “Le statuaire et la statue de Jupiter”. De laatste strofe is bijzonder: “De mens staat ijskoud tegenover de waarheid maar geraakt in vuur en vlam voor leugens“.

Ondertussen gaat onze vereniging verder met het opslaan van getuigenissen en slooft zij zich uit om ze te verspreiden dankzij haar publicaties en haar site.

Geachte heer Minister, Excellenties, Dames en Heren, wij hoeven niet beschaamd te zijn over onze koning noch over onze actie in Midden-Afrika, dit is mijn geloofsovertuiging.

Ik dank U.
Paul Vannès

Terug naar Documenten

et du Ruanda Urundi